Where are you from?

Ik zit in de bus in Tallinn. Het is fris vandaag. De afgelopen dagen waren zonnig, bijna warm. Ik kijk naar buiten naar de houten huisjes die de bus passeert. Naast mij zit Liisa. We zijn onderweg naar de plek waar zij is opgegroeid. In december 1991, de koudste winters sinds jaren, werd ze geboren in de wijk Lasnamäe. Deze is gebouwd tussen 1970 en 1990. Het is de drukst bevolkte wijk van Tallinn en met haar 118.000 inwoners de grootste. Dat is bijna 1/3 van alle inwoners van Tallinn. De wijk is gebouwd op rotsen van kalksteen. Bomen kunnen er bijna niet groeien vanwege de onvruchtbare ondergrond. Hierdoor oogt het er kaal. Onder de Esten staat de wijk daardoor bekend als de niet meest gezellige buurt.
Meer dan de helft van de inwoners in Lasnamäe is Russisch. Direct merkbaar als we de bus uitstappen. Overal om hij heen hoor ik Russisch. We staan aan de hoofdweg welke de wijk Lasnamäe in twee delen verdeelt. Ik kijk op zij naar Liisa om haar reactie te zien. Het is voor haar alweer een paar jaar geleden dat zij op deze plek was. Zeven jaar terug verhuisde ze naar een andere buurt in Tallinn. Ze was toen 15 jaar oud. In gedachten kijkt ze voor zich uit. Ze meent zich te herinneren dat verderop de markt was. We besluiten daar naar toe te lopen. Terwijl we tussen de hoge betonnen flats lopen bedenk ik mij dat dit het is hoe wij ons Oost-Europa voorstellen. Grauw, somber en functioneel. Voor mijn idee ben ik onderdeel van een film, een setting. Ik herken het, maar ook weer niet.
We komen aan op de plek waar vroeger de markt was. Liisa herkent het bijna niet. Waar ooit een markt was met kramen, rond rennende kinderen, schreeuwende kooplui, waar de geur van zuurkool, wodka en worst hing, daar staat nu een grote Maxima. De Maxima is een winkelketen vergelijkbaar met de Lidl. Even blijft Liisa staan. Ze zucht. Jammer zegt ze. Anders had ik je nu de plek kunnen laten zien waar ik altijd koekjes kocht. We lopen verder en kijken naar de winkels. Af en toe lopen we naar binnen om te kijken of de tijd alle sporen echt heeft uitgewist. Tevergeefs, op de Russische producten na is het overgrote deel ten onder gegaan aan de supermarktketens. Kletsend over supermarkten vervolgen wij onze weg. We lopen de route die Liisa altijd liep als zij met haar oma naar de markt ging. In de eerste levensjaren van Liisa is ze grotendeels opgevoed door haar oma. Ze ging niet naar de crèche, dat was nog niet algemeen goed, maar haar ouders moesten wel werken. In haar eerste herinneringen komt dus bijna altijd haar oma voor.
Liisa vertelt dat er grootse plannen waren voor de wijk Lasnamäe. Er zou een theater komen, een bioscoop, winkelcentra, sportcentra en een saunacomplex Het idee was dat er een stad in een stad zou komen. Door de val van de Sovjet-Unie is dit nooit gerealiseerd. Hierdoor daalde de huizenprijzen in jaren 90 en verloederde de buurt. Terwijl we de hoofdweg oversteken vraag ik aan Liisa hoe het was om hier op te groeien. Ze stopt met lopen en draait zich om. ‘Kijk, zie je die flats daar?’ vraagt ze aan mij. Ik knik. Aan de overkant van de straat staan drie flats met een soort betonnen blokken boven op. ‘Deze flats, dat waren voor mij kastelen als klein kind. Ik geloofde er sterk in dat al deze betonnen flats, en met name die aan de overkant, de nieuwe kastelen waren. Ik was een prinses in een kasteel. Ik was er heilig van overtuigd dat dit in de toekomst de nieuwe kastelen zouden zijn net zoals vroeger in het oude centrum van Tallinn’. We lopen verder terwijl de fantasie van Liisa in mijn gedachten rond zweeft. Ik kijk om mij heen en voel mij klein tussen al deze hoge betonnen flats. Ik probeer mij te verplaatsen in een kleine Liisa die hier zo’n 15 jaar geleden rond liep. Hoe zou mijn leven er uit hebben gezien als ik hier was opgegroeid?
Liisa tikt mij aan, ‘Kijk!’ zegt ze. Ze wijst naar een oude kiosk die mij ontgaan was als Liisa mij er niet op attendeerde. Ze is blij om de kiosk te zien. Volgens haar ziet deze er nog precies zo uit als vroeger. Ze vertelt dat ze daar ooit een grote koek had gekregen van de kioskhouder. Met een onderzoekende blik kijkt ze naar de kiosk die er nu verlaten bij ligt. ‘Niet alles verandert hier dus’ zegt ze.
We lopen over de brug onder ons loopt de hoofdweg van Tallinn. Hier zie je pas echt goed hoe groot Lasnamäe is. Aan beiden kanten zijn alleen maar gebouwen te zien. Eenmaal de brug over worden wij weer opgeslokt door het beton. Niet alles is beton. Van veraf oogt dit wel zo, maar elke groep flats heeft zijn eigen stuk groen. Het is vergelijkbaar met een grasveldje waar vrouwen de was ophangen en kinderen buiten kunnen spelen. Vroeger waren deze plekken niet zo populair. Te onveilig door gebrek aan geld. Liisa vertelt dat de meesten daarom verdwenen zijn.
Al wandelend zijn we ineens de flats voorbij. Opzij kijkend zien we een grote nieuwe speeltuin. Verderop worden nieuwe huizen gebouwd. ‘Goh, als hier vroeger zo’n speeltuin was geweest dan had ik mijn ouders gesmeekt om hier te blijven’ zegt Liisa. We lopen langs de speeltuin met uitgelaten kinderen en slaan de bocht om. De straat meen ik te herkennen, maar we zijn hier nog niet geweest. De straat lijkt voor mij op de straat van verder op en op die daarna en op de straten van toen straks. Er is bijna geen verschil. Voor Liisa wel. Plots blijft ze staan op de hoek van de straat. Liisa telt de verdiepingen van de flat tegenover ons. Op de zesde verdieping stopt ze met tellen. Een raam met een blauw gordijn. Haar slaapkamer 23 jaar geleden.

1
2
3
4